ECLI:NL:RBZWB:2023:8909
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep parkeerbelasting naheffingsaanslag
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Breda. Na bezwaar en een ongegrondverklaring daarvan, stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank. Vervolgens vernietigde de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag bij brief, waarna belanghebbende het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank beoordeelde het verzoek tot proceskostenveroordeling op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 8:54, 8:75 en 8:75a Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Gezien de gedeeltelijke tegemoetkoming van de heffingsambtenaar werd het verzoek als kennelijk gegrond toegewezen.
De proceskosten werden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor van 0,5 en een waarde per punt van €837. Daarnaast wees de rechtbank op de verplichting van de heffingsambtenaar tot vergoeding van het griffierecht van €50 en de mogelijkheid tot wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van €418,50 proceskosten en wijst op vergoeding van het griffierecht en wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.