ECLI:NL:RBZWB:2023:8910
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep parkeerbelasting door vernietiging naheffingsaanslag
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd en maakte bezwaar. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank. Tijdens de procedure vernietigde de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag, waarna belanghebbende het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank beoordeelde het verzoek op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Gezien het intrekken van het beroep door tegemoetkoming van de heffingsambtenaar, werd het verzoek tot proceskostenvergoeding als gegrond verklaard.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op €714,50, gebaseerd op punten toegekend voor de bezwaarfase en beroepsfase, en wees erop dat ook het griffierecht van €50,- door de heffingsambtenaar moet worden vergoed. Tevens werd een rentevergoeding toegekend indien betaling niet binnen vier weken na uitspraak zou plaatsvinden.
De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier N. Plasman op 19 december 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van €714,50 aan proceskosten en wijst op vergoeding van het griffierecht en wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.