Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
feit 2:zich in de periode van 1 januari 2020 tot en met 28 maart 2023 schuldig heeft gemaakt aan
feit 4:in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 1 oktober 2022 [slachtoffer 2] heeft bewogen tot het plegen en dulden van ontuchtige handelingen;
feit 5:in de periode van 1 januari 2020 tot en met 28 maart 2023
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
technisch hulpmiddelniet kan worden bewezen. Bovendien vallen dit soort gedragingen niet onder artikel 139f Sr, maar onder artikel 139h Sr. Voor het onder feit 5 subsidiair ten laste gelegde wordt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met uitzondering van [slachtoffer 1] omdat in het geval van [slachtoffer 1] het bestanddeel
wederrechtelijkniet kan worden bewezen. [slachtoffer 1] wist namelijk dat verdachte deze afbeeldingen van hem vervaardigde.
5.De strafbaarheid
feit 1niet strafbaar is voor de afbeeldingen waarop [slachtoffer 1] is te zien. Er is sprake van een gelijkwaardige liefdesrelatie tussen [slachtoffer 1] en verdachte. Verdachte heeft zich, zoals eerder bepleit, niet schuldig gemaakt aan ontucht door een (seksuele) relatie te hebben met [slachtoffer 1] . In het verlengde daarvan wordt betoogd dat artikel 240b Sr te ruim zou worden uitgelegd als verdachte strafbaar zou zijn voor de seksuele afbeeldingen die hij binnen deze relatie heeft gemaakt van [slachtoffer 1] of van [slachtoffer 1] heeft ontvangen.
zelfstandige strafbaarstellingvan het misbruik (vervaardigen, beschikken over en openbaar maken) van seksueel beeldmateriaal in het leven te roepen, juist vanwege de intieme en gevoelige aard van het materiaal.
een specialisis van artikel 139f Sr (waarin ‘slechts’ het stiekem maken van opnames wordt beschreven). Op grond van art. 55 lid 2 Sr Pro zal de rechter – als hij constateert dat op de bewezenverklaring letterlijk genomen twee strafbepalingen van toepassing zijn en dat tussen beide bepalingen een specialiteitsverhouding bestaat, in voorkomende gevallen de specialis moeten toepassen.
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 3 primair en onder 4 ten laste gelegde feit;
feit 5 primair:ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;
een gevangenisstraf van 24 maanden;
terbeschikkingstellingvan verdachte en stelt daarbij als
voorwaarden:
- verdachte meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;
- verdachte laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van verdachte vast te stellen;
- verdachte houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
- verdachte helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
- verdachte werkt mee aan huisbezoeken;
- verdachte geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
- verdachte vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
- verdachte werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met verdachte, als dat van belang is voor het toezicht;