ECLI:NL:HR:2005:AT2974
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring OM in zaak afvaldumping Prins Hendrikkade
In deze strafzaak is aan verdachte ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 11 november 2000 te Amsterdam afval, te weten een kopie van een proces-verbaal, heeft gedeponeerd op de Prins Hendrikkade, buiten een inrichting. Het hof verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging, omdat het oordeelde dat de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) een bijzondere strafbepaling bevat die exclusief van toepassing zou zijn, waardoor het OM niet op grond van de Wet milieubeheer (Wmb) mocht vervolgen.
De Advocaat-Generaal stelde in zijn conclusie dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had aangenomen door het OM niet-ontvankelijk te verklaren. De APV bevat geen zodanige specialiteitsverhouding dat het OM niet op grond van de Wmb kan vervolgen. De Hoge Raad volgt deze conclusie en vernietigt het arrest van het hof. De zaak wordt terugverwezen naar het Gerechtshof Amsterdam, Economische Kamer, voor hernieuwde berechting en afdoening.
Het arrest benadrukt dat degene die afval op de weg deponeert, gelet op de derogatiebepaling in de APV, slechts met succes kan worden vervolgd op grond van de Wmb en niet uitsluitend op grond van de APV. Hiermee corrigeert de Hoge Raad het onjuiste rechtsgevolg dat het hof aan de zaak verbond.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.