Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een legesaanslag van €212,01 opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Dongen voor het kappen van een kersenboom. De aanslag is gebaseerd op de Verordening leges 2021 van de gemeente, waarin een tarief is vastgesteld dat uitgaat van een gemiddelde tijdsbesteding van 2,33 uur voor de behandeling van de aanvraag.
Belanghebbende betoogde dat het tarief onredelijk en willekeurig hoog is, onder meer omdat in andere gemeenten vaak geen vergunning nodig is voor het kappen van bomen en het gehanteerde uurtarief aanzienlijk hoger ligt dan in 2019. De heffingsambtenaar stelde dat het tarief op juiste wijze is berekend en financieel noodzakelijk was, mede omdat de leges slechts voor 69% kostendekkend zijn en overheadkosten een groot deel van de kosten vormen.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende heeft toegelicht waarom het tarief is vastgesteld zoals dat is en dat dit niet leidt tot willekeur of onredelijkheid. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de legesaanslag van €212,01 wordt ongegrond verklaard.