Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2023:8999

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 december 2023
Publicatiedatum
21 december 2023
Zaaknummer
AWB- 23_10519
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:80a AwbArt. 8:86 AwbArt. 8:88 AwbArt. 8:119 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid rechtbank tot herziening uitspraak dwangsom omgevingsvergunning

Verzoekers hebben een verzoek tot herziening ingediend van de uitspraak van 17 maart 2023, waarin de rechtbank het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk had opgedragen om uiterlijk 1 november 2023 een besluit te nemen over een omgevingsvergunning voor uitbreiding van een varkenshouderij.

De rechtbank overweegt dat herziening slechts mogelijk is van onherroepelijke einduitspraken zoals bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waaronder uitspraken op verzet die niet-ontvankelijk of ongegrond zijn verklaard. De uitspraak van 17 maart 2023 valt hier niet onder.

Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot herziening. Tevens wordt de griffier opgedragen het betaalde griffierecht aan verzoekers terug te storten. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert en openbaar gemaakt op 19 december 2023.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd tot herziening van de uitspraak en gelast terugbetaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/10519
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2023 op het verzoek om herziening van de uitspraak van de rechtbank van 17 maart 2023 in de zaak tussen
[verzoekers], uit [plaats 1], verzoekers, (gemachtigde: [gemachtigde]),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk, verweerder.

Inleiding

1. Verzoekers hebben beroep ingesteld omdat het college volgens hen niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 8 juni 2020 voor een omgevingsvergunning voor wijziging en uitbreiding in dieraantallen binnen de bestaande stalruimte van de varkenshouderij aan [adres] in [plaats 2].
1.1.
Bij uitspraak van 17 maart 2023 heeft de rechtbank dat beroep, geregistreerd onder zaaknummer BRE 22/6054, gegrond verklaard en het college opgedragen uiterlijk 1 november 2023 alsnog een besluit bekend te maken.
1.2.
Verzoekers hebben de rechtbank op 20 september 2023 verzocht om herziening van deze uitspraak.
1.3.
De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Beoordeling door de rechtbank

2. Verzoekers hebben om herziening van de uitspraak van 17 maart 2023 gevraagd, omdat het verzoekers is gebleken dat het college de datum van 1 november 2023 niet zal gaan halen. Verzoekers verzoeken om substantiële verhoging van de opgelegde dwangsom.
3. Gelet op de tekst en de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 8:119, voorheen artikel 8:88, van de Awb is herziening van een uitspraak door de rechtbank slechts mogelijk van onherroepelijke uitspraken van de rechtbank, als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Awb en uitspraken van de voorzieningenrechter, als bedoeld in artikel 8:86 van Pro de Awb en dus van einduitspraken. Omdat een uitspraak op verzet waarbij het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond wordt verklaard ook een einduitspraak is, ligt het in de rede dat een dergelijke uitspraak ook vatbaar is voor herziening. Uit de Memorie van Toelichting bij de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten, Kamerstuk 32621, 3, p. 54, blijkt dat een uitspraak op een verzoek om schadevergoeding vatbaar is voor herziening en uit artikel 8:80a, derde lid van de Awb blijkt dat herziening kan worden gevraagd van een tussenuitspraak als bedoeld in artikel 8:80a, van de Awb. Andere uitspraken kunnen niet worden herzien.
4. Vast moet worden gesteld dat de uitspraak waarvan verzoekers om herziening vragen geen uitspraak is als hiervoor expliciet genoemd, maar een andere uitspraak is. Herziening van deze uitspraak is dan ook niet mogelijk. De rechtbank zal zich daarom onbevoegd verklaren om van het verzoek kennis te nemen en de griffier opdragen het door verzoekers betaalde griffierecht voor de behandeling van dit verzoek aan verzoekers terug te betalen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om herziening van de uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2023;
- gelast de griffier het betaalde griffierecht terug te storten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 19 december 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.