ECLI:NL:RBZWB:2023:9029
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde van woning aan de hand van vergelijkingsmethode
Belanghebbende betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €223.000 per 1 januari 2021. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen worden gebruikt die qua ligging, bouwjaar en kenmerken vergelijkbaar zijn met de woning van belanghebbende.
De heffingsambtenaar onderbouwt de waarde met een taxatierapport waarin de woning wordt getaxeerd op €259.000, hoger dan de vastgestelde WOZ-waarde. De rechtbank oordeelt dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen, zoals de kwaliteit en onderhoudstoestand van de woning.
Belanghebbende voert aan dat de woning een eenvoudige keuken en badkamer heeft en dat het schuurtje bouwvallig is met asbest, maar de rechtbank vindt dat de recente renovaties en de waardering van het schuurtje adequaat zijn meegenomen. Ook de stijging van de WOZ-waarde ten opzichte van het voorgaande jaar is geen grond voor verlaging, omdat de waarde jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, blijft de WOZ-waarde gehandhaafd en wordt de aanslag OZB bevestigd. Het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.