ECLI:NL:RBZWB:2023:9035
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning te laag vastgesteld wordt ongegrond verklaard
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2021, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €251.000 en na bezwaar verlaagd naar €236.000. Belanghebbende stelde dat de waarde te hoog was en pleitte voor een waarde van €216.000.
De rechtbank beoordeelde de onderbouwing van de heffingsambtenaar, die een taxatierapport overlegd had met vergelijkingsmethodiek en referentiewoningen die voldoende vergelijkbaar waren. De rechtbank vond dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen in onderhoudstoestand en voorzieningen, waaronder een correctie van 6% voor matige onderhoudstoestand.
Belanghebbende voerde ook aan dat de WOZ-waarde te sterk was gestegen en hoger lag dan die van vergelijkbare woningen in de buurt, maar de rechtbank oordeelde dat de WOZ-waarde elk jaar opnieuw wordt vastgesteld op basis van actuele verkoopcijfers en dat verschillen met buurpanden niet relevant zijn.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde van €236.000 en de aanslag OZB gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €236.000 en aanslag OZB worden gehandhaafd.