ECLI:NL:RBZWB:2023:9092

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 december 2023
Publicatiedatum
22 december 2023
Zaaknummer
AWB- 23_10672
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:12 AwbArt. 6.2, eerste lid, Wet hersteloperatie toeslagenArt. 49, negende lid, Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij kinderopvangtoeslag

Eiseres heeft op 14 juni 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De beslistermijn voor deze aanvraag liep tot 14 juni 2022. Eiseres heeft echter op 3 juni 2022 een ingebrekestelling gestuurd aan de Belastingdienst/Toeslagen, terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken.

De rechtbank stelt vast dat een ingebrekestelling pas kan plaatsvinden nadat de beslistermijn is verstreken. Omdat eiseres dit te vroeg heeft gedaan, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen.

De rechtbank benadrukt dat de niet-ontvankelijkverklaring niet betekent dat de Belastingdienst niet alsnog moet beslissen op de aanvraag. De Belastingdienst dient zo spoedig mogelijk een beslissing te nemen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 21 december 2023.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/10672

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2023 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. A. van Tol-Macharoblishvili),
en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar verzoek (aanvraag) van
14 juni 2021 om herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot dekinderopvangtoeslag.
1.1.
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. Eiseres heeft de aanvraag ingediend op 14 juni 2021. In dit geval eindigde de beslistermijn op 14 juni 2022. [2] Eiseres heeft verweerder in gebreke gesteld. Verweerder heeft deze ingebrekestelling op 3 juni 2022 ontvangen. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. De ingebrekestelling kan pas plaatsvinden nadat de termijn voor het nemen van een beslissing is verstreken. [3] Voor zover eiseres naar aanleiding van de brief van verweerder van 25 mei 2022 verweerder in gebreke heeft gesteld, merkt de rechtbank op dat verweerder eiseres er in deze brief op heeft gewezen dat dit pas mogelijk is vanaf 14 juni 2022.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
5. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag, niet wegneemt dat verweerder inmiddels had moeten beslissen op de aanvraag van 14 juni 2021 en voor zover hij dit nog niet heeft gedaan dit zo spoedig mogelijk alsnog dient te doen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van C.J.M. Hendrickx, griffier, op 21 december 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
2.Artikel 6.2, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen, voorheen artikel 49, negende lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
3.Uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 december 2013, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder ECLI:NL:CRVB:2013:2851.