Eiser stelde beroep in tegen het UWV omdat het niet tijdig had beslist op zijn bezwaar van 3 april 2023 tegen de weigering van een WIA-uitkering per 2 januari 2023. De rechtbank oordeelde dat het beroep kennelijk gegrond was omdat het UWV de beslistermijn van zeventien weken, met verlenging van zes weken, had overschreden.
De rechtbank bepaalde dat het UWV binnen vier maanden na verzending van het vonnis alsnog een besluit moet nemen, gezien de noodzaak van een zorgvuldige heroverweging en de achterstand door gebrek aan verzekeringsartsen. Tevens legde de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 en stelde de reeds verbeurde dwangsom van €1.442 vast.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €50 en proceskosten van €418,50 aan eiser. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 19 december 2023 door rechter A.G.J.M. de Weert.