Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
kanzijn, maar of het zo
is. De verdediging heeft hiertoe onder meer gesteld dat [getuige] , de moeder van verdachte, niet meer kan worden gehoord, maar het is de rechtbank niet duidelijk geworden wat zij nog had kunnen verklaren wat voor de beoordeling van de zaak van belang zou kunnen zijn. Bij dit oordeel betrekt de rechtbank dat [naam 1] , de vader van verdachte, en [naam 2] , de dochter van verdachte, wel als getuige zijn gehoord over dezelfde onderdelen van het dossier waar de moeder mogelijk over had kunnen verklaren. De rechtbank is derhalve van oordeel dat het recht van verdachte op een eerlijk proces niet is geschonden.
4.De beoordeling van het bewijs
5.Het beslag
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de ten laste gelegde feiten 1 tot en met 3;