Betrokkene is beboet voor het rijden met 4 km/u te hard op de A58 trajectcontrole te Roosendaal op 29 mei 2022. Tegen de opgelegde boete is beroep ingesteld bij de officier van justitie, die dit ongegrond verklaarde. Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter.
De gemachtigde voerde aan dat de boete niet redelijk was omdat de positie van het voertuig binnen het meettraject niet was geregistreerd, en dat de hoorplicht was geschonden doordat betrokkene niet is gehoord. De officier van justitie erkende de schending van de hoorplicht maar stelde dat compensatie had plaatsgevonden door een extra schriftelijke ronde.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en het meetinstrument voldeed aan de wettelijke eisen. De schending van de hoorplicht leidt tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie, maar niet tot matiging van de boete. Het beroep tegen de boete zelf is daarom ongegrond. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.