ECLI:NL:RBZWB:2024:1095

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 januari 2024
Publicatiedatum
22 februari 2024
Zaaknummer
10752077 _ MB VERZ 23-1065
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WahvArt. 6:7 AwbArt. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring van beroep tegen verkeersboete wegens termijnoverschrijding

Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 26 april 2022 in Tilburg. Betrokkene stelde dat de boete onredelijk en oneerlijk was en betwistte de hoogte van de boete.

De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend. De kantonrechter stelde vast dat het beroepschrift pas op 17 augustus 2022 bij de officier van justitie was ontvangen, terwijl de termijn van zes weken eindigde op 17 juni 2022. Betrokkene kon niet aannemelijk maken dat de termijnoverschrijding niet aan haar kon worden toegerekend.

Hoewel de zekerheidstelling van €149 niet was betaald, stelde de kantonrechter deze op nihil vanwege de financiële situatie van betrokkene. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar maakte de opgelegde verhoging van de sanctie ongedaan. De uitspraak werd gedaan op 26 januari 2024 door kantonrechter Speekenbrink.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard vanwege te late indiening, maar de verhoging van de sanctie wordt ongedaan gemaakt.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10752077 \ MB VERZ 23-1065
CJIB-nummer : 1062 5422 4903 0336
uitspraakdatum : 26 januari 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 januari 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven:
als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Oude Lind te Tilburg op 26 april 2022 om 11:25 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat het een oneerlijke boete is.
De zittingsvertegenwoordiger heeft, wegens praktische overwegingen, verzocht om de zekerheid op nihil te stellen en het beroep ongegrond te verklaren, omdat het beroep bij de officier van justitie niet tijdig is ingesteld en die termijnoverschrijding ook niet verschoonbaar is. De aanmaningsbrief waar betrokkene naar verwijst dateert van 19 juli 2022, terwijl het beroep bij de officier van justitie pas op 17 augustus 2022 is ingesteld.
Betrokkene heeft over het betalen van de zekerheidstelling aangevoerd dat betrokkene, omdat er enkel leefgeld wordt overgehouden, regelingen heeft die al moeilijk zijn na te komen. Over het al dan niet te laat indienen van het beroep heeft betrokkene aangevoerd dat alleen de aanmaningsbrief voor de eerste verhoging is ontvangen.

Overwegingen

Op grond van artikel 11 Wahv Pro moet de indiener van een beroepschrift eerst een bedrag aan zekerheidstelling betalen voordat het beroep in behandeling kan worden genomen. Betrokkene heeft deze zekerheidstelling van € 149,- niet betaald.
Betrokkene heeft aangevoerd de zekerheid niet te kunnen betalen. Gelet op de praktische overwegingen, ziet de kantonrechter aanleiding om de zekerheid op nihil te stellen. De te betalen zekerheid wordt daarom op nihil gesteld.
De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingesteld.
De kantonrechter overweegt als volgt. Voor het instellen van beroep bij de officier van justitie geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 17 juni 2022. De officier van justitie heeft het beroepschrift echter pas op 17 augustus 2022 ontvangen. Dat is te laat.
Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat het te laat beroep instellen niet aan haar kan worden toegerekend.
De officier van justitie heeft het beroep dus terecht niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het beroep tegen die beslissing ongegrond is.
De kantonrechter is evenwel van oordeel dat de opgelegde verhoging van de sanctie ongedaan gemaakt dient te worden.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • bepaalt dat de verhoging van de sanctie ongedaan gemaakt dient te worden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: