ECLI:NL:RBZWB:2024:1125
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2017-2018
Belanghebbende, een kwalificerende buitenlands belastingplichtige met Poolse nationaliteit, maakte bezwaar tegen door de inspecteur opgelegde aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2017 en 2018. De inspecteur had de heffingskortingen tijdsevenredig verminderd naar rato van de premieplichtperiode, wat belanghebbende betwistte.
Tijdens de zitting gaf belanghebbende aan dat zij de berekening van de inspecteur niet betwist, maar zich beroept op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, verwijzend naar de toelichting bij de inkomensverklaring en vergelijkbare gevallen. De rechtbank oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat de toelichting slechts invulinstructies bevat en geen toezeggingen van de inspecteur. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt wegens onvoldoende bewijs van ongelijke behandeling.
De rechtbank bevestigde dat de aanslagen en de daarbij in rekening gebrachte belastingrente terecht zijn vastgesteld en wees de beroepen af. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De beroepen van belanghebbende tegen de aanslagen IB/PVV 2017 en 2018 worden ongegrond verklaard.