Betrokkene werd beboet voor het rijden van 20 km per uur te hard op een weg buiten de bebouwde kom te Tilburg op 8 juli 2022. De boete werd opgelegd na meting met een geijkte boordsnelheidsmeter van een dienstvoertuig. Betrokkene stelde dat de snelheid niet klopte en betwistte de juistheid van de kalibratie van het meetinstrument.
Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, maar de officier van justitie verklaarde dit beroep kennelijk niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig ontvangen van een vereiste machtiging. Betrokkene voerde aan dat de verzuimbrief niet was ontvangen en dat het niet-ontvankelijk verklaren onterecht was.
De kantonrechter oordeelde dat het verzuim verschoonbaar was gezien de omstandigheden en vernietigde de beslissing van de officier van justitie. Vervolgens werd het beroep tegen de boete inhoudelijk beoordeeld. De kantonrechter vond de verklaring van de verbalisant en de kalibratietabel voldoende bewijs voor de juistheid van de snelheidsovertreding en verklaarde het beroep tegen de boete ongegrond.
Ten slotte werd het Openbaar Ministerie veroordeeld tot het betalen van een proceskostenvergoeding aan betrokkene van €749,50 wegens het onterecht niet-ontvankelijk verklaren van het beroep.