Betrokkene is beboet voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Neptunusstraat te Tilburg op 10 juni 2022. Betrokkene voerde aan dat zij de telefoon alleen vasthield om niet in paniek te raken omdat zij achtervolgd werd door een persoon tegen wie zij aangifte had gedaan. De gedraging is niet ontkend, maar betrokkene heeft dit niet onderbouwd met bewijs.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter stelde vast dat de hoorplicht in de administratiefrechtelijke procedure was geschonden, omdat betrokkene niet was gewezen op het recht om gehoord te worden. Dit leidt tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie en matiging van de boete met 25%.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat de omstandigheden aangevoerd door betrokkene onvoldoende aannemelijk zijn. De boete wordt daarom wel opgelegd, maar verminderd. De zekerheidstelling werd op nihil gesteld omdat betrokkene aannemelijk maakte deze niet te kunnen betalen.
De uitspraak is gedaan door kantonrechter Speekenbrink en de griffier Alekperov op 26 januari 2024. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.