ECLI:NL:RBZWB:2024:1153

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 januari 2024
Publicatiedatum
23 februari 2024
Zaaknummer
9471644 _ MB VERZ 21-378
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 6 EVRMArt. 8 Wahv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens snelheidsovertreding buiten bebouwde kom

Betrokkene is beboet voor het rijden van 20 km per uur te hard op een auto(snel)weg buiten de bebouwde kom op de N65 Bosscheweg te Berkel-Enschot op 9 oktober 2020. De boete is opgelegd aan betrokkene als kentekenhouder. Betrokkene stelde dat het voertuig was verhuurd aan een huurder die verantwoordelijk was voor de overtreding en dat hij zelf niet aansprakelijk kon worden gesteld.

De kantonrechter oordeelde dat betrokkene onvoldoende bewijs had geleverd van een geldige huurovereenkomst, waardoor de boete terecht aan hem werd opgelegd. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de afhandeling van de zaak was overschreden, aangezien de boete op 9 oktober 2020 werd opgelegd en de procedure tot januari 2024 duurde, ruim langer dan de toegestane twee jaar.

Daarom werd het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd. De beslissing van de officier van justitie werd dienovereenkomstig gewijzigd en het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling werd aan betrokkene terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 9471644 \ MB VERZ 21-378
CJIB-nummer: 6062 5422 3699 8981
uitspraakdatum: 26 januari 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats] ( [land] )
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 januari 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven:
20 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de N65 Bosscheweg (t.h.v. HMP 16.4 richting Den Bosch) te Berkel-Enschot op 9 oktober 2020 om 01:02 uur.
Betrokkene heeft in het beroepsschrift samengevat aangevoerd dat het voertuig was verhuurd ten tijde van de constatering van de verweten gedraging. De huurder van het voertuig is verantwoordelijk voor de gedraging die zijn verricht met het voertuig ten tijde van de huurperiode. Betrokkene verwijst naar wetsartikelen en stelt dat zij niet aansprakelijk kunnen worden gesteld.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het sanctiebedrag te matigen met 25%, omdat de redelijke termijn is overschreden. Inhoudelijk dient het beroep ongegrond te worden verklaard, aangezien betrokkene heeft nagelaten om het verweer met een geldige huur- of leaseovereenkomst te onderbouwen.

Overwegingen

Op grond van artikel 5 Wahv Pro wordt, als niet direct kan worden vastgesteld wie de bestuurder is, de boete opgelegd aan de kentekenhouder. Ingevolge artikel 8 Wahv Pro is dat alleen anders indien de kentekenhouder:
( a) niet heeft kunnen voorkomen dat een ander van het voertuig gebruik heeft gemaakt of
(b) een schriftelijke bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst van ten hoogste drie maanden met betrekking tot het voertuig overlegtof
( c) ten tijde van de gedraging niet meer de eigenaar van het voertuig was.
Betrokkene stelt dat het voertuig zou zijn geleased ten tijde van de gedraging. De kantonrechter begrijpt dat betrokkene hiermee een beroep doet op de uitzondering onder b (bedrijfsmatige verhuur).
Betrokkene heeft die stelling echter onvoldoende met bewijzen onderbouwd en heeft nagelaten een geldige lease- of huurovereenkomst te overleggen, zodat niet is komen vast te staan dat die uitzondering zich heeft voorgedaan.Het beroep daarop wordt dan ook verworpen.
De boete is dus terecht aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 9 oktober 2020 en is de redelijke termijn dus met 1 jaar en 3 maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 138,75, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 46,25, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: