ECLI:NL:RBZWB:2024:1214
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde niet-woning hotelcomplex met kasteel en koetshuis
Belanghebbende, gebruiker van een onroerende zaak bestaande uit een hotel, kasteel, koetshuis en woonhuis, heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarden voor 2020 en 2021 vastgesteld door de heffingsambtenaar van de gemeente Schouwen-Duiveland.
De rechtbank heeft beoordeeld of de WOZ-waarden te hoog zijn vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft de waarden bepaald via de huurwaardekapitalisatiemethode, met onderbouwing door vergelijkingsobjecten en kapitalisatiefactoren van respectievelijk 8,6 en 8,8. Belanghebbende stelde dat onvoldoende rekening is gehouden met de coronapandemie en dat de kapitalisatiefactor onvoldoende is onderbouwd.
De rechtbank oordeelt dat de vergelijkingsobjecten passend zijn en dat de kapitalisatiefactoren niet te hoog zijn vastgesteld. De coronapandemie was op de waardepeildatum 2020 nog niet van invloed en de door belanghebbende aangehaalde jurisprudentie is niet van toepassing op de WOZ-waardering.
Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen vanwege de bijzondere omstandigheid dat de gemachtigde van belanghebbende de procedure heeft vertraagd.
De beroepen worden ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarden en aanslagen OZB gehandhaafd blijven.
Uitkomst: De beroepen tegen de WOZ-waarden 2020 en 2021 worden ongegrond verklaard en de aanslagen OZB blijven gehandhaafd.