ECLI:NL:RBZWB:2024:1220

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 februari 2024
Publicatiedatum
27 februari 2024
Zaaknummer
AWB- 24_1801 VV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking Alcoholwetvergunning niet-ontvankelijk verklaard

Verzoeker heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen de intrekking van haar Alcoholwetvergunning. Dit verzoek is ingediend terwijl er al een lopende voorzieningenprocedure was onder zaaknummer BRE 24/1304 VV, waarop nog geen uitspraak is gedaan.

De voorzieningenrechter stelt vast dat het indienen van een nieuw verzoek om voorlopige voorziening tijdens een lopende voorzieningenprocedure niet is toegestaan. Eerder was een ordemaatregel getroffen waarbij het bestreden besluit tijdelijk werd geschorst tot een week na de zitting van 20 februari 2024. Deze ordemaatregel is niet verlengd, waardoor het intrekkingsbesluit weer van kracht werd per 27 februari 2024.

Gezien deze omstandigheden verklaart de voorzieningenrechter het nieuwe verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk en ziet af van inhoudelijke beoordeling. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 26 februari 2024.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de Alcoholwetvergunning is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/1801

uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 november 2024 in de zaak tussen

[naam verzoekster], uit [vestigingsplaats verzoekster], verzoeker

(gemachtigde: mr. S. Schilder),
en

de burgemeester van de gemeente Breda, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker van 23 februari 2024 tegen de intrekking van de Alcoholwetvergunning ten behoeve van [naam verzoekster] aan [adres verzoekster] te [vestigingsplaats verzoekster].
2. Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Verzoeker heeft al eerder een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Dit is bij de rechtbank bekend onder zaaknummer BRE 24/1304 VV.
Naar aanleiding van dat verzoek om voorlopige voorziening heeft een voorzieningenrechter van deze rechtbank op 30 januari 2024 [1] bij wijze van ordemaatregel het bestreden besluit geschorst tot uiterlijk een week na de zitting waarop het verzoek zal worden behandeld.
Het verzoek in zaaknummer BRE 24/1304 VV is vervolgens inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 februari 2024. De voorzieningenrechter in die procedure heeft geen aanleiding gezien om de getroffen ordemaatregel verder te verlengen. Dat betekent dat de laatste dag van de werking van de ordemaatregel 27 februari 2024 is, en dat daarna het intrekkingsbesluit herleeft.
4. Op het verzoek in zaaknummer BRE 24/1304 VV is nog geen uitspraak gedaan. Verzoeker zal die uitspraak moeten afwachten. Omdat het onderzoek in die procedure ter zitting is gesloten, heeft de voorzieningenrechter de brief van 23 februari 2024 aangemerkt als een nieuw verzoek om voorlopige voorziening.
5. De Awb biedt de mogelijkheid om, hangende een lopende beroepsprocedure, een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen, maar het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening terwijl er nog een voorzieningenprocedure loopt, is niet mogelijk.

Conclusie en gevolgen

6. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, op 26 november 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.