ECLI:NL:RBZWB:2024:497

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 januari 2024
Publicatiedatum
31 januari 2024
Zaaknummer
AWB- 24_1304 VV ordemaatregel
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen intrekking Alcoholwetvergunning horeca-inrichting

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de burgemeester van Breda tot intrekking van de Alcoholwetvergunning voor zijn horeca-inrichting. Daarnaast heeft hij een voorlopige voorziening gevraagd om de sluiting van de inrichting uit te stellen.

De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb overwogen dat onverwijlde spoed een voorlopige voorziening rechtvaardigt, maar dat op korte termijn geen weloverwogen oordeel kan worden gegeven voorafgaand aan de sluiting. De burgemeester was niet bereid de uitspraak af te wachten.

Daarom is de werking van het besluit tot intrekking van de vergunning bij ordemaatregel geschorst tot uiterlijk één week na de zitting waarin het verzoek om voorlopige voorziening zal worden behandeld. De horeca-inrichting hoeft daardoor voorlopig niet te sluiten.

Deze ordemaatregel is voorlopig van aard en de voorzieningenrechter is in de verdere procedure niet aan deze schorsing gebonden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.G.J.M. de Weert en griffier P.H.M. Verdonschot op 30 januari 2024.

Uitkomst: De intrekking van de Alcoholwetvergunning is voorlopig geschorst tot uiterlijk één week na de zitting over de voorlopige voorziening.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/1304 HOREC

uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 januari 2024 in de zaak tussen

[naam verzoeker], te [vestigingsplaats verzoeker], verzoeker,

(gemachtigde: mr. S. Schilder),
en

De burgemeester van de gemeente Breda.

Inleiding

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van 25 januari 2023 (de rechtbank leest: 2024) over het intrekken van de Alcoholwetvergunning van [naam verzoeker] aan [adres verzoeker] in [vestigingsplaats verzoeker]. Hij heeft daarnaast de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Verzoeker heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 29 januari 2024 ingediend bij de rechtbank. In het bestreden besluit staat dat het verzoeker is toegestaan om de bedrijfsactiviteiten tot één week (zeven kalenderdagen) na 25 januari 2024 voort te zetten. De voorzieningenrechter leidt daaruit af dat de horeca-inrichting met ingang van 2 februari 2024 moet worden gesloten. De rechtbank heeft na ontvangst van het verzoek contact opgenomen met de burgemeester met de vraag of de burgemeester bereid is om de uitspraak van de voorzieningenrechter af te wachten. De burgemeester was daar niet toe bereid.
3. Onder deze omstandigheden is de voorzieningenrechter op deze korte termijn niet in staat om – voorafgaand aan de sluiting van de horeca-inrichting – een weloverwogen oordeel te geven over het verzoek om een voorlopige voorziening. Gelet daarop zal de voorzieningenrechter de werking van het bestreden besluit bij ordemaatregel schorsen tot uiterlijk één week na de zitting waarop het verzoek zal worden behandeld. Dat betekent dat de horeca-inrichting tot die tijd niet hoeft te worden gesloten. Het verzoek zal zo spoedig als mogelijk op zitting worden behandeld. Deze ordemaatregel heeft een voorlopig karakter en de voorzieningenrechter is daar in de verdere procedure niet aan gebonden.

Beslissing

De voorzieningenrechter schorst de werking van de intrekking van de Alcoholwetvergunning tot uiterlijk één week na de zitting waarop het verzoek om een voorlopige voorziening zal worden behandeld.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, op 30 januari 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.