Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op haar bezwaar tegen de weigering van een WIA-uitkering per 24 november 2022.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV niet binnen de beslistermijn heeft gehandeld, ondanks ingebrekestelling op 5 september 2023. De rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen vier maanden een besluit moet nemen, rekening houdend met de noodzaak van een zorgvuldige heroverweging en het tekort aan verzekeringsartsen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Het verzoek om wettelijke rente wordt afgewezen omdat het UWV nog niet in verzuim is. Tot slot veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van in totaal € 487,50 aan eiseres.