ECLI:NL:RBZWB:2024:1279
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening wegens opschorting Woo-besluit
Verzoekster heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen het besluit van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 12 januari 2024. Dit verzoek is ingetrokken nadat de minister aankondigde de feitelijke verstrekking van documenten uit te stellen tot twee weken na de beslissing op bezwaar.
De voorzieningenrechter heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling. De minister erkende de tegemoetkoming en stelde voor de proceskosten te vergoeden met een wegingsfactor van 0,5, gezien de lichte aard van de zaak.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de minister met het uitstel van de feitelijke verstrekking aan het verzoek is tegemoetgekomen en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. De proceskosten worden vastgesteld op € 875,-, zijnde de waarde van één proceshandeling door de gemachtigde van verzoekster.
Daarnaast wordt het griffierecht aan verzoekster terugbetaald omdat de minister de werking van het besluit heeft opgeschort tot de beslissing op bezwaar. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is bindend, zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan verzoekster.