ECLI:NL:RBZWB:2024:1361
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens onvoldoende bewijs wederrechtelijk voordeel bij witwassen
Betrokkene is veroordeeld voor het witwassen van twee geldbedragen van respectievelijk € 9.600,- en € 12.905,-. De officieren van justitie vorderden ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van € 22.505,-. De rechtbank behandelde de vordering op zittingen in oktober en november 2023 en sloot het onderzoek op 5 maart 2024.
De rechtbank beoordeelde de twee bedragen afzonderlijk. Ten aanzien van het bedrag van € 9.600,- oordeelde de rechtbank dat witwassen op zichzelf niet leidt tot vermogensvermeerdering en dat de officieren van justitie onvoldoende bewijs leverden dat dit bedrag een financieel voordeel voor betrokkene opleverde. Er was geen kasopstelling of andere onderbouwing om het voordeel vast te stellen, waardoor de vordering voor dit bedrag werd afgewezen.
Voor het bedrag van € 12.905,- stelde de rechtbank vast dat dit geldbedrag reeds in beslag was genomen en verbeurd verklaard in de hoofdzaak. Het doel van ontneming is het afpakken van crimineel vermogen om criminaliteit financieel onaantrekkelijk te maken. Omdat het bedrag al verbeurd was verklaard, zou ontneming leiden tot een slechtere financiële situatie dan de uitgangssituatie, wat niet de bedoeling is. Daarom wees de rechtbank ook deze vordering af.
De rechtbank besloot de gehele ontnemingsvordering van € 22.505,- af te wijzen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering van € 22.505,- af wegens onvoldoende bewijs van vermogensvermeerdering en omdat het verbeurd verklaarde bedrag reeds het criminele vermogen afdekt.