Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
4: op 9 september 2020 samen met anderen cocaïne heeft ingevoerd of aanwezig heeft gehad;
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een criminele organisatie. Zij verzoekt verdachte dan ook vrij te spreken van dit feit.
De verdediging heeft geen opmerkingen over feit 3.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat op basis van de stukken niet kan worden vastgesteld dat er iets is ingevoerd vanuit België. Daarnaast kan niet worden vastgesteld dat er sprake is van cocaïne. De verdediging verzoekt verdachte vrij te spreken van dit feit.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat op basis van de verschillende gesprekken in het dossier niet vastgesteld kan worden dat er sprake is van cocaïne. De foto van een blok en de genoemde prijzen bieden hiervoor onvoldoende ondersteuning. De verdediging verzoekt verdachte vrij te spreken van dit feit.
Bewijs feit 1
Feit 1: criminele organisatie valsheid in geschrifte en witwassen
Toetsingskader
Feiten en omstandigheden
Verdenking witwassen van € 214.595,00 via [bedrijf 1] B.V.volgt, is [bedrijf 1] B.V. opgericht op 29 november 2017. Als enig aandeelhouder en bestuurder (DGA) staat de rechtspersoon [bedrijf 4] Holding B.V. geregistreerd. Deze rechtspersoon is eveneens op 29 november 2017 opgericht. De DGA van deze rechtspersoon is [medeverdachte 5] . Vanaf de oprichting staat als handelsactiviteit geregistreerd het verzorgen van marketingactiviteiten ten behoeve van atleten alsmede het vermarketen van atleten. Op 29 maart 2018 is daar de verkoop van horloges en sieraden aan toegevoegd.
Onderlinge contacten en gesprekkenbelt [medeverdachte 4] op 26 april 2021 naar [medeverdachte 1] , die in dat gesprek vraagt om zijn salaris. [medeverdachte 4] zegt dat hij het einde van de dag gaat overmaken. [medeverdachte 1] zegt, oke dan krijg je het morgen van mij. Later op de dag belt [medeverdachte 4] weer naar [medeverdachte 1] en zegt [medeverdachte 4] dat hij nog salaris voor [medeverdachte 1] overmaakt.
Tussenbeoordelingen
Verdenking witwassen [medeverdachte 1]
Beoordeling
Verdenking witwassen van € 214.595,00 via [bedrijf 1] B.V.al heeft opgemerkt, is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 5] wist dat de contante geldbedragen die op zijn bedrijfsrekening werden gestort van misdrijf afkomstig waren. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat hij meewerkte aan het oogmerk van de organisatie gelet op zijn medewerking om die bedragen via zijn bedrijf in het legale circuit te brengen en zijn bedrijfsnaam op de facturen te laten zetten. Hij werkte ook actief mee door zelf, in opdracht van [medeverdachte 1] , de bedragen over te maken.
Bewijs feiten 2 tot en met 5
Identificatie Sky-accounts
Identificatie verdachte
Identificatie [medeverdachte 3]
Identificatie [medeverdachte 2]
Feit 2: criminele organisatie drugs
Feiten en omstandigheden
Tijdsverschil
Beoordeling of er sprake is van cocaïne
Toetsingskader
Beoordeling
Conclusie
Feit 3: voorbereidingshandelingen
Feiten en omstandigheden
Algemene overweging over transport naar buitenlandse havens
Beoordeling uitvoer cocaïne naar het Verenigd Koninkrijk
Beoordeling invoer cocaïne met deklading bananen
Beoordeling invoer cocaïne met deklading stalen buizen
Beoordeling invoer cocaïne met deklading ijzererts
Beoordeling invoer 400 stuks
Beoordeling invoer cocaïne met deklading A4-papier
Beoordeling invoer cocaïne met deklading ADR-tanks
Beoordeling invoer cocaïne vanuit Curaçao
Conclusie
Feit 4: invoer dan wel aanwezig hebben cocaïne
Feiten en omstandigheden
Beoordeling invoer
Beoordeling medeplegen aanwezig hebben
Conclusie
Feit 5: diverse handelingen cocaïne
Feiten en omstandigheden
Beoordeling 7 september 2020 – 50 kilo
Beoordeling 12 september 2020 – 15 kilo
Beoordeling 12 september 2020 – 1 kilo
Beoordeling 13 september 2020 – 10 kilo
Beoordeling 16 september 2020 – 14 kilo
Conclusie
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
misdrijven;
misdrijf als bedoeld in artikelen 10 derde lid, 10 vierde lid, 10 vijfde lid en
10a eerste lid van de Opiumwet;
van de Opiumwet gegeven verbod;
een gevangenisstraf van 7 jaren;