Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 februari 2024 in de zaken tussen
[eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
"De watermeter is inderdaad gecontroleerd. De watermeter bevindt zich in de hal gelijk bij het binnentreden van de woning. De houten plaat was uitgezet, waardoor [naam 2] behoorlijk wat moeite heeft moeten doen om de plaat eraf te krijgen. [naam 2] heeft vervolgens een foto gemaakt van de watermeter en mevrouw [eiseres] gevraagd om de kraan aan te zetten. Mevrouw heeft daarop de kraan in de keuken laten lopen, zodat vastgesteld kon worden dat de meter werkte/doorliep".De rechtbank ziet in wat eiseres aanvoert geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van deze verklaring. Ter zitting heeft eiseres verklaard dat de watermeter weinig verbruik registreerde doordat deze bij een lage waterdruk zou blijven hangen en pas door zou ‘klappen’ bij een hoge waterdruk. Als dat (destijds) het geval was, dan zou dat tijdens de controle op 1 juli 2022 aan het licht moeten zijn gekomen. Immers, toen is enkel een kraan opgezet – wat eiseres ter zitting heeft erkend – en dan zou de meter dus moeten zijn blijven hangen. Er is toen echter vastgesteld dat de meter doorliep. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat de watermeter op 1 juli 2022 (nog) functioneerde. De door eiseres gestelde omstandigheden dat op 24 november 2022 door een servicemonteur is geconstateerd dat de watermeter nauwelijks registreerde, en dat over de periode van 1 juli 2022 tot 24 november 2022 maar een verbruik van 1 m3 is geregistreerd, zegt niets over de te beoordelen periode. Hooguit kan uit deze omstandigheden worden afgeleid dat de watermeter van eiseres (kort) na de te beoordelen periode stuk is gegaan. De rechtbank voegt aan het voorgaande toe dat eiseres pas na de primaire besluitvorming van het college melding heeft gemaakt van een kapotte watermeter. Niet valt in te zien waarom zij niet reeds bij het doorgegeven van de meterstanden heeft opgemerkt dat de doorgegeven standen niet zouden kunnen kloppen. De stelling van eiseres ter zitting dat rekeningen van waterverbruik doorgaans niet hoog zijn waardoor een lagere rekening niet opvalt, is daarvoor in ieder geval onvoldoende.