ECLI:NL:RBZWB:2024:1477
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens fout en afwijzing waardevermindering schade
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van € 3.235 opgelegd door de inspecteur. De rechtbank oordeelt dat de aanslag terecht is, maar verminderd moet worden vanwege een fout in de uitspraak op bezwaar, waarbij een lagere historische nieuwprijs en handelsinkoopwaarde gelden.
Belanghebbende stelde dat een waardevermindering wegens schade in aanmerking moest worden genomen. De rechtbank stelt dat normale gebruiksschade niet in mindering kan worden gebracht en belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van meer dan normale gebruiksschade. De naheffingsaanslag wordt daarom verminderd tot € 3.040.
Wegens een overschrijding van de redelijke termijn met twee maanden kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding van € 500 toe, te betalen door de Staat. Daarnaast wordt belanghebbende in de proceskosten en griffierecht tegemoetgekomen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 3.040 en belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding van € 500 wegens termijnoverschrijding.