ECLI:NL:RBZWB:2024:1679
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en intrekking kinderbijslag wegens woonplaats in buitenland
Eiseres, een Hongaarse werkneemster die sinds februari 2021 in Nederland verbleef en werkte, kreeg aanvankelijk kinderbijslag toegekend voor haar dochter. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) herzag dit besluit en trok het recht op kinderbijslag vanaf het tweede kwartaal van 2022 in omdat eiseres volgens de SVB niet meer in Nederland woonde of werkte. Eiseres voerde aan dat zij na een verkeersongeval in Nederland verbleef en aanspraak maakte op een Ziektewetuitkering, waarmee zij haar binding met Nederland zou aantonen.
De rechtbank beoordeelde of eiseres op de peildatum 1 april 2022 woonplaats in Nederland had. Volgens Europese regelgeving en vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie wordt woonplaats bepaald aan de hand van het gewone centrum van belangen, gezinssituatie, duur en bestendigheid van verblijf en intenties. De rechtbank concludeerde dat eiseres haar woonplaats op die datum in Hongarije had, waar haar dochter en familie wonen, zij medische behandeling onderging en financieel werd ondersteund. Zij was uitgeschreven uit de Nederlandse Basisregistratie Personen en had geen zelfstandige woonruimte in Nederland.
De enkele betaling van zorgverzekering in Nederland en de mogelijke toekomstige Ziektewetuitkering konden dit niet veranderen. Daarom was de Nederlandse wetgeving niet van toepassing en was het besluit van de SVB tot herziening en intrekking van het recht op kinderbijslag terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening en intrekking van kinderbijslag vanaf het tweede kwartaal 2022 blijft in stand.