Uitspraak
1.De procedure
- de akte van [bedrijf] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemzaak tussen [bedrijf] en [gedaagde] stond de vraag centraal of de bestelknop op de website van [bedrijf] voldeed aan de vereisten van artikel 6:230v lid 3 BW, zoals verduidelijkt in het Fuhrmann-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
De kantonrechter stelde in een tussenvonnis dat de bestelknop slechts de tekst 'Versturen' bevatte, waardoor niet duidelijk was dat de consument een betalingsverplichting aanging. Hoewel [bedrijf] stelde dat het bestelproces en de ingevulde velden zoals 'Wie betaalt de opleiding' en 'Ik wil als volgt betalen' onderdeel uitmaakten van de bestelknop en daarmee de betalingsverplichting duidelijk werd, oordeelde de rechter dat alleen de tekst op de bestelknop zelf relevant is.
De kantonrechter vernietigde daarom de overeenkomst voor 25%, waardoor het te betalen bedrag werd verminderd met €1.339,75. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van €145,28 plus wettelijke rente vanaf de dagvaarding. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd. Het vonnis werd op 13 maart 2024 uitgesproken door mr. Tilman-Knoester.
Uitkomst: De overeenkomst wordt voor 25% vernietigd en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een verminderd bedrag met wettelijke rente.