Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 218,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Maasroute (A59) te Raamsdonk op 16 september 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat de boete terecht is opgelegd aan de kentekenhouder, omdat er geen reële mogelijkheid was voor staandehouding door de verbalisant die in een burgervoertuig reed zonder stopmiddelen. Wel werd vastgesteld dat de hoorplicht door de officier van justitie was geschonden, omdat betrokkene niet in de gelegenheid was gesteld te worden gehoord.
Vanwege deze schending werd het beroep deels gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding van € 437,50 toegekend aan betrokkene. De beslissing van de officier van justitie werd vernietigd en gewijzigd. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is deels gegrond verklaard, de boete met 25% gematigd en proceskostenvergoeding toegekend.