Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [plaats 2], waarin haar verzoek om een vergoeding van planschade als gevolg van het Reparatieplan Buitengebied is afgewezen. Het college had het bezwaar ongegrond verklaard en de weigering tot tegemoetkoming in stand gelaten.
De rechtbank toetst of het college het verzoek op goede gronden heeft afgewezen, uitgaande van de rechtmatigheid van de onherroepelijke besluiten die de schade zouden hebben veroorzaakt. De toetsing richt zich op de toepassing van de Wet ruimtelijke ordening, aangezien het verzoek is ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht alleen schade die is veroorzaakt door besluiten onherroepelijk geworden na 18 augustus 2015 in aanmerking heeft genomen. Het college heeft een waardevermindering van € 10.000,- vastgesteld als indirecte planschade, maar geen directe planschade vastgesteld. De rechtbank wijst de beroepsgronden van eiseres af, waaronder haar stellingen over onjuiste planvergelijking, het niet meenemen van gemeentelijk beleid, het ontbreken van een agrarisch bouwblok in 2011, en de rol van de ruilverkavelingsprocedure.
Ook de waardebepaling en de toepassing van het normaal maatschappelijk risico van 3% worden door de rechtbank aanvaard. Het college mocht zich baseren op het deskundigenadvies van SAOZ. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een vergoeding van griffierecht of proceskosten af.