Uitspraak
Datum uitspraak: 19 augustus 2020
BESTUURSRECHTSPRAAK
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Zundert wees op 4 juli 2017 aanvragen om tegemoetkoming in planschade af, ingediend door Creighton, de erven van appellant sub 2, appellant sub 3, appellant sub 4 en appellanten sub 5. Deze aanvragen hadden betrekking op waardevermindering van gronden aan de Oekelsestraat in Rijsbergen door de inwerkingtreding van een beheersverordening en een nieuw bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelde deels in het voordeel van appellanten, vernietigde besluiten en gaf het college opdracht nieuwe besluiten te nemen. Zowel appellanten als het college stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de hoger beroepen afzonderlijk per appellant.
De Afdeling oordeelde onder meer dat de beheersverordening de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de gronden heeft beperkt doordat geen verbaal agrarisch bouwperceel was geprojecteerd. Creighton had het risico van waardedaling voorzienbaar aanvaard, waardoor hun beroep ongegrond werd verklaard. Voor appellant sub 3 werd vastgesteld dat passieve risicoaanvaarding niet kon worden tegengeworpen en werd een tegemoetkoming in planschade van €38.841,50 toegekend. De beroepen van de erven van appellant sub 2, appellant sub 4 en appellanten sub 5 werden ongegrond verklaard. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover die een onjuiste planvergelijking betrof en bevestigde het besluit van het college met verbeterde motivering.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant sub 3 tegen het besluit van 3 december 2019 is gegrond verklaard en er is een tegemoetkoming in planschade van €38.841,50 toegekend; de overige beroepen zijn ongegrond verklaard.