Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 maart 2024 in de zaak tussen
de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
- over het 4e kwartaal van 2019 in totaal € 28.170,79 voor de overbrenging van alcoholvrije dranken naar de in België gevestigde vennootschappen [BVBA 1] en [BVBA 2] ;
- over het 1e kwartaal van 2020 in totaal € 21.923,21 voor de overbrenging van alcoholvrije dranken naar de in België gevestigde vennootschappen [BVBA 1] , [BVBA 3] en [BVBA 4] ;
- over het 1e en 2e kwartaal van 2020 in totaal € 45.510,26 voor overbrenging van alcoholvrije dranken naar de in België gevestigde vennootschappen [BVBA 3] en [BVBA 4] ;
- over het 3e kwartaal van 2020 in totaal € 9.113,62 voor de overbrenging van alcoholvrije dranken naar de in België gevestigde vennootschappen en firma’s [bedrijf 1] , [bedrijf 2] , [B.V.] en [bedrijf 3] .
Inzake de overbrengingen naar [BVBA 1] zijn nadere inlichtingen ingewonnen bij de
Inzake de overbrengingen naar [BVBA 3] zijn nadere inlichtingen ingewonnen bij de Belastingdienst in België. Uit informatie ontvangen van de Belastingdienst in België blijkt dat:
Inzake de overbrengingen naar [bedrijf 1] zijn nadere inlichtingen ingewonnen bij de