ECLI:NL:RBZWB:2024:1984
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onzakelijke lening en navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting
Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting (Vpb) voor de jaren 2014 tot en met 2016 en een aanslag voor 2017. De inspecteur had deze opgelegd vanwege onjuiste verwerking van afwaarderingen van een rekening-courantvordering op een gelieerde vennootschap, welke volgens hem onzakelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur beschikte over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt, omdat de onjuiste verwerking in de aangiften 2015 en 2017 pas later werd ontdekt. De rechtbank stelde vast dat de lening onzakelijk was vanwege het negatieve eigen vermogen van de gelieerde vennootschap, het ontbreken van zekerheden, en de achterstelling ten opzichte van een bankkrediet.
De rechtbank verwierp het verweer van belanghebbende dat de rente gelijk was aan die van de bank en dat de inspecteur had moeten twijfelen aan de aangifte. De correcties van de afwaarderingen en de navorderingsaanslagen werden bevestigd. Belanghebbende kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De beroepen tegen de navorderingsaanslagen en aanslag vennootschapsbelasting worden ongegrond verklaard en de correcties van de afwaarderingen bevestigd.