ECLI:NL:RBZWB:2024:2097
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing 30%-bewijsregeling voor ingekomen tandarts wegens niet aannemelijke jaarloonnorm
Belanghebbende, een tandheelkundig medewerker die vanuit het Verenigd Koninkrijk naar Nederland is gekomen, verzocht om toepassing van de 30%-bewijsregeling per 1 januari 2022. De inspecteur wees dit verzoek af omdat niet aannemelijk was dat op het toetsingsmoment aan de jaarloonnorm van €38.961 werd voldaan.
De arbeidsovereenkomst van belanghebbende bevatte een volledig variabel salaris gebaseerd op 40% van het gerealiseerde bruto honorarium minus werkgeverspremies, zonder ondergrens. De rechtbank oordeelde dat hierdoor niet kon worden vastgesteld dat de jaarloonnorm werd gehaald, ondanks loonstroken die dit achteraf leken te bevestigen.
Daarnaast faalde het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat een tandarts met een vast salaris niet gelijk kan worden gesteld aan belanghebbende met een variabel salaris. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de afwijzing van de 30%-bewijsregeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de 30%-bewijsregeling wordt gehandhaafd.