ECLI:NL:RBZWB:2024:2098
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag en verzuimboete omzetbelasting wegens te late aangifte
Belanghebbende was belastingplichtig voor het tijdvak 1 april 2022 tot en met 30 juni 2022 en diende de aangifte omzetbelasting te laat in, namelijk op 17 augustus 2022 in plaats van uiterlijk 31 juli 2022. De inspecteur legde daarom een naheffingsaanslag en een verzuimboete van € 68 op wegens het niet tijdig doen van de aangifte.
Belanghebbende voerde aan dat zij in afwachting was van een papieren uitnodiging voor de aangifte en dat zij op grond van correspondentie en teruggaafbeschikking in de veronderstelling verkeerde dat de boete niet meer hoefde te worden betaald. De rechtbank oordeelde dat deze argumenten onvoldoende zijn om de boete te matigen of te laten vervallen, omdat het wachten op een papieren biljet geen voldoende zorgvuldigheid betekent en er geen redelijke grond was voor het vertrouwen dat de boete niet meer verschuldigd was.
De rechtbank wees het verzoek om uitstel van de zitting af wegens te late indiening en onvoldoende onderbouwing. De opgelegde verzuimboete werd passend en geboden geacht. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de uitspraak op bezwaar en de boete in stand blijven.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag en verzuimboete omzetbelasting wordt ongegrond verklaard en de boete van € 68 gehandhaafd.