ECLI:NL:RBZWB:2024:2125
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen WOZ-waarde winkelruimte in Goes
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waardebeschikkingen van een winkelruimte in Goes voor de jaren 2021 en 2022. De heffingsambtenaar had de WOZ-waarde vastgesteld op respectievelijk €559.000 en €550.000, waarbij taxatierapporten met vergelijkingsobjecten en kapitalisatiefactoren als onderbouwing zijn gebruikt.
Belanghebbende voerde aan dat de coronapandemie onvoldoende in de waardebepaling was meegenomen, wat volgens hem tot een te hoge WOZ-waarde leidde. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar de waarde adequaat heeft onderbouwd met recente verkooptransacties en een kapitalisatiefactor die rekening houdt met leegstandsrisico. De coronapandemie was op de waardepeildatum 1 januari 2020 nog niet van invloed, en voor 2022 is rekening gehouden met corona-effecten via vergelijkingsobjecten uit die periode.
Verder is het verzoek tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, mede omdat de vertraging mede aan de gemachtigde van belanghebbende te wijten was. De beroepen worden ongegrond verklaard, de WOZ-waarden en aanslagen blijven gehandhaafd en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De beroepen tegen de WOZ-waardebeschikkingen en aanslagen OZB worden ongegrond verklaard en de vastgestelde waarden blijven gehandhaafd.