ECLI:NL:RBZWB:2024:214
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2014 wegens ontbreken belastbaarheid dividenduitkering
Belanghebbende, de rechtsopvolger van [SA 1], maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2014 en een belastingrentebeschikking. De inspecteur had de dividenduitkering van €19.000.000 belastbaar gesteld op grond van artikel 17, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet Vpb 1969.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur beschikt over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt, omdat de relevante gegevens pas in 2018 bekend werden na informatieverzoeken, en dat er geen sprake is van ambtelijk verzuim. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt.
De rechtbank beoordeelt vervolgens de belastbaarheid van de dividenduitkering. Hoewel er een bewijsvermoeden van misbruik bestaat, slaagt belanghebbende erin dit te ontzenuwen door aan te tonen dat de structuur reële niet-fiscale motieven heeft, zoals het verbeteren van de solvabiliteit en het beperken van aansprakelijkheid. De dividenduitkering wordt daarom niet belast op grond van artikel 17 lid 3 Wet Pro Vpb.
Het beroep wordt gegrond verklaard, de navorderingsaanslag en belastingrentebeschikking worden vernietigd, en de inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2014 en de belastingrentebeschikking worden vernietigd omdat de dividenduitkering niet belastbaar is.