Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor onnodig links rijden op de A16 op 22 januari 2022. Hij voerde aan dat hij volgens de regels reed, met inhaalacties binnen de snelheidslimiet en dat er sprake was van een wegomleiding en slechte zichtbaarheid. Ook stelde hij dat de politie hem onheus behandelde en dat zijn bijrijder getuige was van het voorval.
De verbalisant verklaarde dat de rechterrijbaan vrij was en dat er geen reden was om daar niet te rijden. De kantonrechter vond de verklaring van de verbalisant voldoende en zag geen reden om aan diens juistheid te twijfelen. Wel werd vastgesteld dat de officier van justitie de hoorplicht schond door betrokkene niet te horen, wat volgens vaste rechtspraak leidt tot vernietiging van diens beslissing.
Daarnaast was de redelijke termijn van berechting overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie werd gegrond verklaard en de boete werd verminderd tot € 75,- plus administratiekosten. Het teveel betaalde bedrag moest worden terugbetaald.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M.A.V. van Aardenne op 12 maart 2024 in Bergen op Zoom.
Uitkomst: Beroep deels gegrond verklaard, boete gematigd met 25% wegens schending hoorplicht en overschrijding redelijke termijn.