Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op 13 januari 2022 in Etten-Leur. Hij voerde aan dat hij vanuit stilstand door oranje reed en twijfelde aan de waarneming van de verbalisant. Tijdens de zitting lichtte hij zijn persoonlijke omstandigheden toe, waaronder het overlijden van zijn schoonmoeder.
De officier van justitie handhaafde de boete, maar verzocht om matiging wegens schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van twee processen-verbaal en de verklaring van de verbalisant die schuin achter betrokkene stond.
De rechtbank stelde echter vast dat de officier van justitie betrokkene niet heeft gehoord, wat strijdig is met de wettelijke hoorplicht. Dit leidde tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie. Daarnaast was de redelijke termijn van twee jaar overschreden, wat een verdere matiging rechtvaardigde.
De boete werd daarom met 50% gematigd, waarbij 25% vanwege de schending van de hoorplicht en 25% vanwege de termijnoverschrijding. Het teveel betaalde bedrag aan zekerheid werd aan betrokkene terugbetaald. De beslissing van de officier van justitie werd vernietigd en de boete verlaagd tot €125 plus administratiekosten.
Uitkomst: De boete wegens doorrijden bij rood licht is gematigd tot €125 vanwege schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn.