Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen een administratieve sanctie wegens het niet voeren van dim- of groot licht bij nacht binnen de bebouwde kom op 1 januari 2022. De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend. Betrokkene betaalde de vereiste zekerheidstelling niet, maar gaf hiervoor geen onderbouwing.
De kantonrechter gaf betrokkene het voordeel van de twijfel en stelde de zekerheidstelling op nihil. Echter, het beroep bij de officier van justitie was pas op 24 februari 2022 ontvangen, terwijl de termijn op 22 februari 2022 eindigde. Betrokkene kon niet aannemelijk maken dat de termijnoverschrijding niet aan hem kon worden toegerekend.
Daarom werd het beroep door de officier van justitie terecht niet-ontvankelijk verklaard en verklaarde de kantonrechter het beroep ongegrond. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening bij de officier van justitie.