Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] Gmbh
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 18 september 2022 op de rijksweg bij Zevenbergschen Hoek. Betrokkene stelde dat hij niet de bestuurder was omdat het voertuig destijds verhuurd was.
De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Betrokkene overlegde een geldige huurovereenkomst die voldoet aan artikel 8 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
De kantonrechter oordeelde dat op grond van artikel 5 Wahv Pro de boete aan de kentekenhouder wordt opgelegd tenzij deze kan aantonen dat het voertuig verhuurd was. De huurovereenkomst werd als voldoende bewijs aanvaard. Hierdoor was de boete ten onrechte aan betrokkene opgelegd. De boete en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd en het betaalde bedrag van €359 werd terugbetaald.
De uitspraak is gedaan op 12 maart 2024 door kantonrechter M.A.V. van Aardenne. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en boete vernietigd wegens verhuur van het voertuig.