Uitspraak
zaaknummers: BRE 22/5549 en 22/5550
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet (Zvw) over 2017. De inspecteur had een belastbaar inkomen uit werk en woning vastgesteld op €45.339, wat belanghebbende betwistte.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet de vereiste aangifte had gedaan door onjuiste invulling van gegevens over zijn onderneming. Hierdoor werd de bewijslast omgekeerd en verzwaard. De inspecteur had een redelijke schatting gemaakt van de winst uit onderneming, maar hield geen rekening met een afwaardering van oninbare debiteuren.
De rechtbank stelde vast dat rekening moest worden gehouden met een afwaardering van €14.775 op oninbare debiteuren, wat leidde tot een vermindering van het belastbaar inkomen tot €32.633. Belanghebbende kon niet aantonen dat de aanslagen na deze correctie nog onjuist waren. De aanslagen en belastingrentebeschikkingen werden dienovereenkomstig verminderd en de uitspraken op bezwaar vernietigd.
Uitkomst: De aanslagen IB/PVV en Zvw over 2017 worden verminderd naar een belastbaar inkomen van €32.633.