ECLI:NL:RBZWB:2024:237
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde oorzaak
Eiser, voormalig reachtruckchauffeur, ontving tot 8 maart 2020 een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na beëindiging van deze uitkering meldde hij op 21 december 2022 toegenomen klachten, waaronder hartritmestoornis, gewrichts- en maagklachten, en verzocht hij om hernieuwde toekenning van een WIA-uitkering per 24 september 2020.
Het UWV wees dit verzoek af omdat eiser niet toegenomen arbeidsongeschikt was door dezelfde ziekteoorzaak als waarvoor hij eerder een uitkering ontving. De rechtbank toetste dit aan de hand van medische rapporten van verzekeringsartsen en concludeerde dat er geen objectief vastgestelde toename van beperkingen was die verband hield met de eerdere aandoeningen.
De rechtbank oordeelde dat de klachten zoals hartritmestoornis en maagklachten niet onder de eerdere ziekteoorzaak vielen en dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd. De door eiser overgelegde rapportages gaven geen aanleiding tot twijfel over het oordeel van het UWV.
Daarom blijft de weigering van de WIA-uitkering per 24 september 2020 in stand, en wordt het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering per 24 september 2020 blijft in stand.