ECLI:NL:RBZWB:2024:2390
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem per 20 januari 2022 geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij volgens het UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank heeft het beroep op 25 maart 2024 behandeld en beoordeelt of het UWV het juiste besluit heeft genomen.
De medische beoordeling is gebaseerd op rapporten van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) van het UWV, die de beperkingen van eiser hebben vastgesteld in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 9 mei 2022. Eiser betwistte het medisch oordeel en stelde dat zijn klachten zijn toegenomen en dat het onderzoek niet zorgvuldig was. De rechtbank oordeelt echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, dat de verzekeringsarts b&b het oordeel goed heeft gemotiveerd en dat er geen aanleiding is om de beperkingen te verhogen.
De arbeidsdeskundige b&b heeft op basis van de FML passende functies geselecteerd voor de berekening van de arbeidsongeschiktheid, welke door de rechtbank als geschikt worden beschouwd. De berekening leidt tot een mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%, waardoor eiser geen recht heeft op een WIA-uitkering. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering per 20 januari 2022 wordt bevestigd.