Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WIA-uitkering per 16 januari 2023. Het UWV heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, ondanks een termijnverlenging en ingebrekestelling door eiseres. De rechtbank beoordeelt het beroep als kennelijk gegrond en bepaalt dat het UWV binnen vier maanden alsnog een besluit moet nemen.
De rechtbank weegt het belang van een zorgvuldige besluitvorming tegen het belang van een tijdige beslissing en acht een termijn van vier maanden redelijk vanwege de achterstand bij het UWV door een tekort aan verzekeringsartsen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 11 april 2024.