ECLI:NL:RBZWB:2024:2431

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 april 2024
Publicatiedatum
12 april 2024
Zaaknummer
02-333593-22 (herstelvonnis)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis voor verhoudingsgewijze verdeling dagen gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 11 april 2024 een herstelvonnis gewezen in de strafzaak tegen verdachte geboren in 1981. Dit herstelvonnis betreft een correctie op het vonnis van 22 maart 2024, waarin een misslag werd geconstateerd met betrekking tot de toekenning van gijzelingstermijnen bij niet-betaling van schadevergoedingsmaatregelen.

In het oorspronkelijke vonnis was geen rekening gehouden met het wettelijke maximum van 365 dagen gijzeling voor alle schadevergoedingsmaatregelen samen. De rechtbank heeft dit hersteld door het maximum aantal dagen proportioneel te verdelen over de individuele schadevergoedingsmaatregelen aan verschillende benadeelden, waaronder familieleden van het slachtoffer.

De herstelmaatregel schaadt de veroordeelde niet in een rechtens te respecteren belang. De rechtbank legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat te betalen voor de schadevergoedingsmaatregelen, met een specifieke verdeling van gijzelingstermijnen die bij niet-betaling kunnen worden opgelegd, waarbij de betalingsverplichting blijft bestaan ondanks toepassing van gijzeling.

De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer bestaande uit voorzitter Speekenbrink en rechters de Brouwer en Pooyé, in aanwezigheid van griffier Joosen.

Uitkomst: De rechtbank herstelt het vonnis door het maximum van 365 dagen gijzeling proportioneel te verdelen over de schadevergoedingsmaatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
parketnummer: 02/333593-22
herstelvonnis van de meervoudige kamer van 11 april 2024
gezien het vonnis van 22 maart 2024 in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats]
wonende te [woonadres]
thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting te Grave
raadsman mr. G.J. Woodrow, advocaat te Tilburg

1.De geconstateerde misslag

Gebleken is dat in het dictum van het vonnis op pagina 20 sprake is van een misslag. Bij het bepalen van het aantal dagen gijzeling bij het niet betalen van de afzonderlijke schadevergoedingsmaatregelen heeft de rechtbank ten onrechte geen rekening gehouden met het wettelijke maximum van 365 dagen voor alle maatregelen samen.
De rechtbank zal deze misslag herstellen in die zin dat het maximum totaal aantal van 365 dagen naar verhouding zal worden verdeeld over de individuele schadevergoedingsmaatregelen.
Overwegende dat veroordeelde door dit herstel niet in enig rechtens te respecteren belang wordt geschaad.

2.De beslissing

De rechtbank:
- herstelt het onder parketnummer 02/333593-22 op 22 maart 2024 gewezen vonnis;
- bepaalt dat in het dictum de passage over de schadevergoedingsmaatregel als volgt komt te luiden:
Schadevergoedingsmaatregel:
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de navolgende benadeelde partijen, te betalen:
*
[zus van slachtoffer]van
€ 14.353,10, bij niet betaling te vervangen door
48 dagengijzeling, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
*
[vader van slachtoffer]van
€ 17.500,00, bij niet betaling te vervangen door
59 dagengijzeling, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
*
[broer van slachtoffer]van
€ 20.000,00, bij niet betaling te vervangen door
67 dagengijzeling, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
*
[moeder van slachtoffer]van
€ 18.422,16, bij niet betaling te vervangen door
62 dagengijzeling, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
*
[zoon van slachtoffer]van
€ 37.500,00, bij niet betaling te vervangen door
126 dagengijzeling, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
*
[ex-partner van slachtoffer]van
€ 945,75, bij niet betaling te vervangen door
3 dagengijzeling, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
Aldus gewezen op 11 april 2024 door mr. S.W.M. Speekenbrink, voorzitter, mr. R.J.H. de Brouwer en mr. R.H.M. Pooyé, rechters, in tegenwoordigheid van M.C.C. Joosen, griffier.