ECLI:NL:RBZWB:2024:2584
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering belastbaar inkomen uit sparen en beleggen wegens nihil rendement op derdengeldenrekening
Belanghebbende had voor het jaar 2021 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen ontvangen met een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van €31.917, gebaseerd op een forfaitair rendement van 5,69% over de koopsom van zijn woning die op de derdengeldenrekening van de notaris stond. Belanghebbende voerde aan dat het feitelijke rendement nihil was omdat het geld op een bankrekening stond en de notaris geen rente vergoedde.
De inspecteur handhaafde de aanslag en stelde dat het forfaitaire rendement wettelijk is voorgeschreven en dat de Wet rechtsherstel box 3 niet van toepassing was. De rechtbank overwoog dat het forfaitaire stelsel uit de Wet IB 2001 onrechtmatig leidt tot een heffing over een voordeel dat hoger is dan het werkelijk behaalde rendement, conform het Kerstarrest.
De rechtbank stelde vast dat het werkelijk rendement op de derdengeldenrekening nihil was en dat eventuele ongerealiseerde vermogenswinsten op bloot eigendom niet onder werkelijk rendement vallen. Daarom werd het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen verlaagd naar nihil. Het beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de aanslag verminderd. De inspecteur moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen wordt verminderd naar nihil vanwege het werkelijk behaalde rendement op de derdengeldenrekening.