ECLI:NL:RBZWB:2024:2660
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- S. Hindriks
- R.P. Broeders
- A.G.J.M. de Weert
- Rechtspraak.nl
Beoordeling invordering dwangsom voor huisvesting arbeidsmigranten op vakantiepark
Eiseres exploiteert een vakantiepark met een specifiek migrantengedeelte waar maximaal 200 recreatieverblijven mogen worden gebruikt voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Het college stelde vast dat op 30 november 2018 meer dan 200 recreatiewoningen werden gebruikt voor deze huisvesting en legde een last onder dwangsom op.
Eiseres betwistte de feitenvaststelling en de rechtmatigheid van de invordering van de dwangsom van €8.400. De rechtbank onderzocht de onderbouwing van het college, waaronder controleverslagen, handgeschreven formulieren en een nachtregister. De rechtbank oordeelde dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat op die datum 207 recreatiewoningen werden gebruikt voor arbeidsmigranten.
De rechtbank verwierp de bezwaren van eiseres over de onduidelijkheid van de formulieren en het ontbreken van gespreksverslagen, en stelde vast dat ook woningen zonder directe bewonerscontrole mee mochten tellen op grond van het nachtregister en verhuur aan uitzendbureaus.
Gelet op deze feiten concludeerde de rechtbank dat het college terecht de dwangsom heeft ingevorderd en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 23 april 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de invordering van de dwangsom van €8.400,- wegens overtreding van het bestemmingsplan.