ECLI:NL:RBZWB:2024:2671
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen terugvordering WIA-voorschotten door UWV
Eiser, voormalig chauffeur, viel op 3 juni 2020 uit en vroeg op 8 maart 2022 een WIA-uitkering aan. Het UWV kende hem vanaf 1 juni 2022 een voorschot toe, maar stopte dit na het hervatten van werkzaamheden in loondienst per 20 juni 2022. Het UWV stelde vast dat eiser te veel voorschotten had ontvangen en vorderde €3.392,52 terug.
Eiser stelde dat het UWV fouten maakte in de interne communicatie en dat hij onterecht voorschotten ontving waartegen hij zich verzette. Hij voerde aan dat het UWV niet naar hem luisterde. De rechtbank oordeelde dat volgens vaste rechtspraak alleen dringende redenen, zoals onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen, terugvordering kunnen voorkomen. Eiser kon dit niet aantonen.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht heeft gehandeld en het beroep ongegrond is. Eiser krijgt het betaalde griffierecht niet terug. De uitspraak werd gedaan door rechter I.M. Josten op 17 april 2024 en is openbaar gemaakt.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van te veel betaalde WIA-voorschotten door het UWV wordt ongegrond verklaard.