Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een bestuurlijke boete opgelegd voor het parkeren van zijn bromfiets buiten de daarvoor bestemde voorzieningen op het Casséveld te Breda op 16 juni 2023. Hij maakte bezwaar bij de gemeente Breda, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde hij beroep in bij de kantonrechter.
Betrokkene voerde aan dat hij niet wist dat het parkeren daar verboden was, dat er geen duidelijke borden of afbakeningen waren, en dat het voor scootereigenaren lastig is om te parkeren in de omgeving. Ook wees hij erop dat andere bromfietsen op dezelfde plek geen boete kregen en dat er geen hinder was veroorzaakt.
De gemeente verwees naar het Besluit Fietshandhaving 2018 en de Algemene Plaatselijke Verordening van Breda, waarin het gebied binnen de Singel is aangewezen als verboden gebied voor bromfietsparkeren buiten de voorzieningen. Borden zijn geplaatst en de handhaving beboet alle overtredingen.
De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststaat en dat betrokkene de regels geacht wordt te kennen. De aangevoerde omstandigheden rechtvaardigen geen matiging van de boete. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor verkeerd parkeren van een bromfiets wordt ongegrond verklaard.